| De instrumenten die we voor deze operatie
nodig hebben, worden ondertussen klaargelegd. Al deze
benodigdheden zijn steriel en liggen dan ook op een steriele
doek. Het witte stapeltje linksboven, zijn steriele tampons. Het
paarse zakje in het midden bevat, wederom steriel, zelfoplossend
hechtmateriaal. Verder ziet U diverse tangetjes, pincetten,
mesje met houder, doekklemmetjes en schaartjes. Ook ziet U nog
een naaldvoerder om mee te hechten en een rond doosje met
hechtnaalden. Voor iedere operatie wordt een nieuwe, schone set
gebruikt (voor een wat
uitgebreidere uitleg zie het item operatieset). De chirurg wast ondertussen uitgebreid zijn of
haar handen.
Na afloop doet hij/zij nog wat ontsmettende vloeistof extra over zijn/haar gewassen
handen. Nu zijn de handen steriel. Afhankelijk van de soort ingreep worden daarna nog steriele
handschoenen aangedaan (hier dus niet!).
De huid ter hoogte van de operatieplaats wordt gejodeerd. Nog steeds zie je de navel
met er boven en onder twee tepeltjes.
Zoals je ziet is het gebied vrij uitgebreid schoongemaakt. Zo voorkomen we dat
er vuiligheid van de rand in de operatiewond kan komen. Verder kunnen we,
als zich inwendig problemen voordoen, de wond altijd zonder problemen iets
vergroten. Veiligheid en voorkomen van infecties hebben een hoge
prioriteit bij ons bij het opereren. |
| Hierna wordt een steriele operatiedoek op het te
opereren gebied gelegd. De doek wordt met z.g. doekklemmen op zijn plaats
gehouden. Via een in de doek geknipt gat, wordt het te opereren gebied, in dit
geval net achter de navel, bereikbaar gemaakt. De huid wordt ingesneden. Je ziet duidelijk de
onderliggende vetlaag (het witte weefsel) met kleine bloedinkjes.
Nadat vet en onderhuids bindweefsel weg geprepareerd is,
komen we op de buikspierlaag. Na het maken van een klein gaatje met het
mesje kunnen we de wondranden met kleine tangetjes optillen. Hierna kunnen
we de buikwand, te samen met het eronder gelegen buikvlies van voor naar
achteren open knippen. |
| Na het openen van de buik zie je nu de inhoud. Het witte
weefsel is weer vetweefsel, dat in de ophangbanden van de darmen
opgehoopt zit. Het roze ballonnetje aan de linkerkant van
de snee is een stuk dunne darm. Aan de bovenkant onder het tangetje is, glimmend als een soort driehoekje,
de binnenkant van het buikvlies (peritoneum) te zien. Nu wordt de baarmoeder met de eraan vastgelegen eierstok
(= het kleine iets rodere weefsel exact in het midden net rechts van de
tang) opgezocht en buiten het lichaam gebracht. De eierstok wordt in de
ophangband (links van de klem in het midden) afgebonden.
Na het doorknippen van de ophangband kunnen we de
baarmoederhoorn met de eierstok (= het rechts bovenin hangende licht rose
weefsel) er verder uittrekken. Hierna wordt de tweede baarmoederhoorn
opgezocht en ook afgebonden.
|
| Na controle op eventuele nabloedingen gaan we als eerste
laag de buikwand, met het er aanvast- gelegen buikvlies aan de binnenzijde
hechten. We gebruiken altijd losse hechtingen. Een doorlopende hechting
werkt wel ietsje sneller, maar brengt veel meer risico's van losraken met
zich mee (als een doorlopende hechting los schiet, staat de gehele wond
open! i.t.t. losse hechtingen waarbij er maar een heel klein gaatje zal
ontstaan). Na het sluiten van de buikspierwand word het onderhuidse
bindweefsel (met vetlaagje) gesloten. Weer gebruiken we altijd losse
hechtingen om dezelfde reden als hierboven genoemd. De knoopjes worden
zelfs in de diepte gelegd. Wederom iets meer werk maar ook dit voorkomt
dat de poes er later bij kan om de wond open te peuteren. Veiligheid
voor alles dus. Als de wond correct gesloten word zie je zelden
complicaties van open peuteren en hebben we ook nooit een kap nodig.
Gekscherend zeggen we bij ons dat een open wond na de operatie de schuld
is van de chirurg en niet van de patiënt. Als laatste laag wordt de huid gesloten. Ook hier weer
losse hechtingen. Wederom om dezelfde reden. |
Alle hechtingen zullen in een week of zes vanzelf
oplossen. Toch halen we de huidhechtingen er liefst na een dag of tien
zelf even uit. We kunnen dan de operatiewond controleren.
|
 |
 |
| Na afloop van de operatie kan de, nu gecastreerde, poes
haar roes uitslapen. Om sneller wakker te worden wordt er een "antiprik"
na afloop gegeven tezamen met een pijnstiller. Dit bespoedigd het
wakker worden, maar ook het "kater" gevoel zal veel minder zijn. Om tijdens
het ontwaken niet al te veel af te koelen
zullen we haar warm houden met een warmtelamp.
In de loop van de middag, maar pas wanneer de poes
helemaal wakker is, mag zij weer naar huis. Wij geven geen
half suffe dieren mee naar huis. Wij zijn
gewend aan de rare bewegingen en eventuele complicaties van een wakker
wordende patiënt en kunnen daar heel alert op inspringen. De
verantwoordelijkheid ligt tenslotte bij ons.
terug
chirurgieoverzicht.
|
|