Castratie bij de poes.

 

Hierboven de nog van niets wetende poes. 

De patiënt wordt eerst onder narcose gebracht. Hierna wordt zij zodanig op de operatietafel neergelegd en voorzichtig vastgebonden, dat we het te opereren gebied goed kunnen benaderen. In dit geval wordt de poes op haar rug gelegd.

De patiënt wordt hierna geschoren. De witte vlek, net links van het scheerapparaat, is de navel van de poes. Na het scheren volgt een grondige wasbeurt met een ontsmettende, niet irriterende, zeep. Soms als de huid erg vies is wassen we wel vier keer.

 
De instrumenten die we voor deze operatie nodig hebben, worden ondertussen klaargelegd. Al deze benodigdheden zijn steriel en liggen dan ook op een steriele doek. Het witte stapeltje linksboven, zijn steriele tampons. Het paarse zakje in het midden bevat, wederom steriel, zelfoplossend  hechtmateriaal. Verder ziet U diverse tangetjes, pincetten, mesje met houder, doekklemmetjes en schaartjes. Ook ziet U nog een naaldvoerder om mee te hechten en een rond doosje met hechtnaalden. Voor iedere operatie wordt een nieuwe, schone set gebruikt (voor een wat uitgebreidere uitleg zie het item operatieset).

De chirurg wast ondertussen uitgebreid zijn of haar handen. Na afloop doet hij/zij nog wat ontsmettende vloeistof extra over zijn/haar gewassen handen. Nu zijn de handen steriel. Afhankelijk van de soort ingreep worden daarna nog steriele handschoenen aangedaan (hier dus niet!).

De huid ter hoogte van de operatieplaats wordt gejodeerd. Nog steeds zie je de navel met er boven en onder twee tepeltjes. Zoals je ziet is het gebied vrij uitgebreid schoongemaakt. Zo voorkomen we dat er vuiligheid van de rand in de operatiewond kan komen. Verder kunnen we, als zich inwendig problemen voordoen, de wond altijd zonder problemen iets vergroten. Veiligheid en voorkomen van infecties hebben een hoge prioriteit bij ons bij het opereren.

Hierna wordt een steriele operatiedoek op het te opereren gebied gelegd. De doek wordt met z.g. doekklemmen op zijn plaats gehouden. Via een in de doek geknipt gat, wordt het te opereren gebied, in dit geval net achter de navel, bereikbaar gemaakt.

De huid wordt ingesneden. Je ziet duidelijk de onderliggende vetlaag (het witte weefsel) met kleine bloedinkjes.

Nadat vet en onderhuids bindweefsel weg geprepareerd is, komen we op de buikspierlaag. Na het maken van een klein gaatje met het mesje kunnen we de wondranden met kleine tangetjes optillen. Hierna kunnen we de buikwand, te samen met het eronder gelegen buikvlies van voor naar achteren open knippen.

Na het openen van de buik zie je nu de inhoud. Het witte weefsel is weer vetweefsel, dat in de ophangbanden van de darmen opgehoopt zit. Het roze ballonnetje aan de linkerkant van de snee is een stuk dunne darm. Aan de bovenkant onder het tangetje is, glimmend als een soort driehoekje, de binnenkant van het buikvlies (peritoneum) te zien.

Nu wordt de baarmoeder met de eraan vastgelegen eierstok (= het kleine iets rodere weefsel exact in het midden net rechts van de tang) opgezocht en buiten het lichaam gebracht. De eierstok wordt in de ophangband (links van de klem in het midden) afgebonden.

Na het doorknippen van de ophangband kunnen we de baarmoederhoorn met de eierstok (= het rechts bovenin hangende licht rose weefsel) er verder uittrekken. Hierna wordt de tweede baarmoederhoorn opgezocht en ook afgebonden.

Na controle op eventuele nabloedingen gaan we als eerste laag de buikwand, met het er aanvast- gelegen buikvlies aan de binnenzijde hechten. We gebruiken altijd losse hechtingen. Een doorlopende hechting werkt wel ietsje sneller, maar brengt veel meer risico's van losraken met zich mee (als een doorlopende hechting los schiet, staat de gehele wond open! i.t.t. losse hechtingen waarbij er maar een heel klein gaatje zal ontstaan).

Na het sluiten van de buikspierwand word het onderhuidse bindweefsel (met vetlaagje) gesloten. Weer gebruiken we altijd losse hechtingen om dezelfde reden als hierboven genoemd. De knoopjes worden zelfs in de diepte gelegd. Wederom iets meer werk maar ook dit voorkomt dat de poes er later bij kan om de wond open te peuteren. Veiligheid voor alles dus. Als de wond correct gesloten word zie je zelden complicaties van open peuteren en hebben we ook nooit een kap nodig. Gekscherend zeggen we bij ons dat een open wond na de operatie de schuld is van de chirurg en niet van de patiënt. Als laatste laag wordt de huid gesloten. Ook hier weer losse hechtingen. Wederom om dezelfde reden.

Alle hechtingen zullen in een week of zes vanzelf oplossen. Toch halen we de huidhechtingen er liefst na een dag of tien zelf even uit. We kunnen dan de operatiewond controleren.

Na afloop van de operatie kan de, nu gecastreerde, poes haar roes uitslapen. Om sneller wakker te worden wordt er een "antiprik" na afloop gegeven tezamen met een pijnstiller. Dit bespoedigd het wakker worden, maar ook het "kater" gevoel zal veel minder zijn. Om tijdens het ontwaken niet al te veel af te koelen zullen we haar warm houden met een warmtelamp.

In de loop van de middag, maar pas wanneer de poes helemaal wakker is, mag zij weer naar huis. Wij geven geen half suffe dieren mee naar huis. Wij zijn gewend aan de rare bewegingen en eventuele complicaties van een wakker wordende patiënt en kunnen daar heel alert op inspringen.  De verantwoordelijkheid ligt tenslotte bij ons.

terug chirurgieoverzicht.