Narcose en verdovingstechnieken.

In onze kliniek hebben we dagelijks met deze materie te maken. Voordat een patiënt locaal verdoofd wordt of totaal onder narcose gebracht wordt, kijken we het dier eerst goed na. We doen een algemeen lichamelijk onderzoek waarbij specifiek naar het hart en longen geluisterd wordt. Bij oudere dieren en risicopatiënten wordt er vaak ook eerst een bloedonderzoek gedaan, het zogenaamde preanaesthetisch bloedonderzoek. Als we dieren opereren aan een gezwel maken we vaak voor de operatie een röntgenfoto van de borstholte om te proberen geen uitzaaiingen te missen. We doen dit om de risico's tot het minimum te beperken. Hieronder zullen we de diverse technieken beschrijven.

Er zijn meerdere mogelijkheden om een patiënt te verdoven. 

  • Locale narcose
  • Priknarcose
  • Gasanaesthesie
  • Combinaties

 

 

Locale narcose

Bij hele rustige patiënten waarbij een kleine oppervlakkige ingreep moet plaatsvinden, wordt vaak voor lokale verdoving gekozen. Deze techniek bestaat uit het prikken van verdovende vloeistof in en rondom het operatiegebied. Bij onrustige patiënten geven we ruim voor de geplande ingreep eerst een rustgevende injectie, de zogenaamde préanesthesie. 
Het nadeel van deze methode is, dat de patiënt volledig bij bewustzijn blijft en wij hem of haar dus goed vast moeten houden gedurende de ingreep. Vooral in geval van kleine huidgezwelletjes, wratjes en kleine wondjes die gehecht moeten worden, wordt deze techniek gebruikt. 

Totale narcose (prik)

Bij grotere ingrepen wordt er een totale narcose toegepast, waarbij de patiënt helemaal buiten bewustzijn gebracht wordt. Diverse mogelijkheden staan ons hierbij ter beschikking:

Narcose door middel van een injectie vloeistof die in de spieren gespoten wordt.
Deze methode is onnauwkeurig: de diepte en duur van de narcose zijn niet goed te regelen. Bij langdurige ingrepen wordt de patiënt vaak halverwege wakker en moet er dus narcosemiddel bij gespoten worden. Naast het feit dat het voor ons lastig is, is het voor de patiënt zeer vervelend en medisch-technisch onwenselijk om zo instabiel onder narcose te zijn.
Bij ons wordt deze methode vrijwel uitsluitend voor kleine, kortdurende, ingrepen bij katten en knaagdieren gebruikt waarbij we zeker weten dat we de ingreep binnen de totale narcosetijd gedaan kan worden..
Veel beter gaat het wanneer de narcosevloeistof via een druppelinfuus direct in de bloedbaan wordt toegediend. Diepte en duur zijn dan veel beter te regelen, maar het is nog steeds minder betrouwbaar en veilig dan bij de hierna beschreven gasanesthesie.     
Wel is de patiënt door het geven van een 'tegengif' vrij snel weer wakker te krijgen.

Totale narcose (gasasanesthesie/combinaties)
Deze methode wordt, vanwege de goede regel- en bewakingsmogelijkheden en de grote veiligheid, bij vrijwel alle diersoorten (hond, kat, konijn, andere knaagdieren, vogels en zelfs bij reptielen) standaard toegepast in onze kliniek.
De diepte van de narcose en ook de tijdsduur zijn op deze manier vrij exact te regelen. Bij complicaties kan de patiënt direct met zuurstof (O2) actief beademd worden.
 
  Bovenste foto: van links naar rechts: de verwarmde operatietafel. Het zwarte regelkastje geeft de temperatuur aan. Op de tafel liggen een aantal narcosetube's klaar. Boven de tafel hangt een flexibele buis met de diverse aansluitkabeltjes en snoertjes die de bewakingsmonitoren met de patiënt verbinden. In het midden zie je het narcosetoestel met diverse aansluitslangen.. Hieronder is daar een uitvergroting (met verklaring) van getoond. Rechts zie je van boven naar beneden een ademgasmonitor, een harten temperatuurbewakingsmonitor, een laserchirurgieapparaat en diverse lades waarin alle tube's, aansluitstukken en andere zaken opgeborgen liggen om de dieren aan al deze machines veilig en snel te kunnen aansluiten. Zoals je ziet is alles heel compact en alle noodzakelijke spullen liggen zo voor het grijpen. De twee zwarte slangen zijn van het z.g. cirkelsysteem wat we bij grotere dieren gebruiken. De wit en groene slang met het groene en blauwe einde is het systeem wat we bij kleine honden, katten en allerlei knaagdieren gebruiken. Zuurstof wordt gedoseerd door het in het midden gelegen regelkastje met O2 erop (vroeger werd er ook lachgas(N2O) gebruikt maar dat is achterhaald). De ronde verdamper met Isoflurane voegt dit vloeibare narcosemiddel toe aan de zuurstof. De gebruikte narcose gassen worden actief naar buiten gezogen zodat we zelf geen last hebben van deze middelen. De CO2 van de uitgeademde gassen worden door de grote ronde pot met gele inhoud weggefilterd. Rechtsboven zie je de bewakingsmonitor die de narcosegassen en de ademhaling controleert.  Hierboven staat nog een hartmonitor die het hart controleert.(Rechts onder is een apparaat te zien waarmee we bloedvaatjes dicht kunnen branden en in weefsel kunnen snijden zonder dat het gaat bloeden. Dit heeft niets met de narcose te maken maar moet wel in de buurt van de operatietafel staan!)
 
  Op deze uitvergroting zie je links de kop van de tafel met de verwarmingsregelunit. De twee witte slangen zullen de patiënt met het gastoedieningssysteem gaan verbinden. Dit systeem wordt bij de zwaardere dieren gebruikt. Lichtere dieren worden aan de andere wit/groene slang aangesloten. Boven in het midden zie je een ademvolumemeter, een CO2 wegvangpot,en een zwarte ademballon. Daaronder weer een afzuiger die de overtollige narcose gassen direct uit het systeem naar buiten afvoert. Verder naar rechts een gasregelunit die de hoeveelheid toegevoerde O2 regelt en eronder de aansluiting op het gasdruknet met een manometer om te zien of de elders opgestelde grote zuurstof cilinder nog voldoende inhoud bevat. Rechts tenslotte een isoflurane verdamper. Dat is een apparaat dat het narcosemiddel isoflurane mengt met de erdoor lopende zuurstof. De hoeveelheid isoflurane kunnen we regelen en daarmee dus de diepte van de narcose.

Afhankelijk van de diersoort, de situatie en conditie van de patiënt wordt er van te voren een rustgevende en stabiliserende injectie gegeven. Dit kan kort voor de ingreep via het infuus maar meestal doen we dit een tijdje van te voren (daarom willen we de patiënt al zo vroeg in de kliniek hebben) om de patiënt wat rustiger en stabieler te krijgen. Bij knaagdieren en vogels wordt vaak uitsluitend gasanesthesie gebruikt.
Als we gaan beginnen krijgt de patiënt een tweede injectie met een zeer kort werkend narcosemiddel direct in de bloedbaan. Bij de grotere ingrepen wordt er een waakinfuus ingebracht en

via deze infuusslang kunnen we dan het gekozen narcosemiddel toedienen.

Dit infuus wordt voor de zekerheid ingebracht zodat we als dat nodig mocht blijken direct vocht, medicijnen (pijnstillers, antibiotica) of extra narcosemiddel snel kunnen toedienen. Zodra het dier slap is geworden kunnen we een beademingsbuis (tube) in de luchtpijp inbrengen (dit heet intuberen). Via deze buis sluiten we de patiënt aan op het anesthesie apparaat. Via dit systeem worden de narcosegassen: zuurstof en isofluraan toegediend en de afvalgassen ook weer afgevoerd.

Via een aantal bewakingsmonitoren, die

op de patiënt en aan het anesthesie apparaat zijn aangesloten, worden de diverse gasmengsels in het systeem en  de toestand van het dier constant in de gaten gehouden.
Hier zie je een detailopname van een aangesloten patiënt. Je ziet een temperatuursonde, de tube (met dat groene aansluitstukje waarop weer een gasmonsterafzuigslangetje zit), twee klemmetjes op de tong voor de hartslagmeting, bloeddrukmeting en de hoeveelheid zuurstof die in het bloed aanwezig is. Het zwarte snoertje verbind de patiënt tenslotte met het lazerchirurgieapparaat wat we gebruiken om bloedvaatjes dicht te schroeien of weefsel weg te snijden zonder dat dat gaat bloeden.
 
  • Ademhaling (frequentie/diepte/gebruikte volume/samenstelling van de in- en uitademings-gassen).
  • Hart (frequentie/regelmaat/ritme/slagkracht).
  • Bloedgassen (zuurstofgehalte/narcosegasgehalte).
  • Lichaamstemperatuur + de tafeltemperatuur.
Geringe afwijkingen worden direct door de apparatuur aangegeven door alarmen, zodat er meteen ingegrepen en gecorrigeerd kan worden. Zodra de operatie bijna voltooid is worden de gassen "uitgewassen". Dit doen wij door de patiënt een aantal minuten alleen zuurstof toe te dienen. De patiënt komt dan heel rustig en snel weer bij. 

Het grote nadeel van deze techniek is, dat deze niet eenvoudig is, meer tijd vraagt en dat de kosten gemiddeld hoger uitvallen. De grote voordelen zijn de zeer adequate bewaking en de directe mogelijkheid tot ingrijpen bij problemen. 
In het kopje chirurgie, hier links kun je een aantal ingrepen zien waarbij een totale narcose gebruikt moet worden.
 

Bij het openen van de borstholte (bijvoorbeeld bij een operatie aan de longen of een scheur in het middenrif), is de gasanesthesie een zeer essentieel hulpmiddel. Zonder deze techniek zouden we deze, vaak

levensbedreigende, problemen niet kunnen oplossen. Ook bij risico patiënten (denk aan oude dieren, hartpatiënten, zieke dieren of ernstige traumapatiënten) is het van levensbelang om zuurstof te kunnen toedienen en actief te kunnen beademen.

Maar ook bij de eenvoudige ingrepen, zoals bijvoorbeeld bij gebitssaneringen (wij noemen dit "tandtoiletten") speelt het intuberen van de patiënt een belangrijke rol om complicaties (bijvoorbeeld teruglopen van spoelvloeistof in de luchtpijp) te vermijden.

Op verzoek kun je altijd (als er tijd voor is ) een kijkje nemen in de operatiekamer. Eén van de assistentes zal je graag te woord staan. Vooral voor die mensen die bang zijn voor het begrip narcose, kan zo'n uitleg verhelderend werken en vaak een groot deel van de, onterechte, angst wegnemen.

Elke narcose draagt een zeker risico met zich mee, maar we doen ons uiterste best om alle problemen te voorkomen. Het afgelopen jaar zijn er meer dieren dan ooit bij ons onder narcose gegaan, zonder noemenswaardige problemen.

Voor vragen over dit onderwerp kun je altijd tijdens onze openingstijden terecht bij ons team.