Identificatie en registratie van huisdieren. Verplicht bij grenspassages van honden, katten en fretten!

De meest efficiënte methode om weggelopen of vermiste huisdieren terug bij hun baas te kunnen brengen is chippen (identificeren). 

De hier getoonde, sterk uitvergrote, chip is in werkelijkheid 1 cm lang en 0,1 cm breed. Met een zeer kleine ingreep (een prikje onder de huid, dat het dier nauwelijks voelt!) is je huisdier zeer snel te chippen. Dit kan tijdens het spreekuur gebeuren. Er wordt dan een heel klein stukje elektronica ter grote van een rijstkorreltje onder de huid boven de schouderbladen gebracht op een bij ieder dier vast omschreven en dus terugvindbare plek. De geïmplanteerde chip zal op die plaats vastgroeien. Oudere chips van de eerste generatie willen nogal eens door het lichaam gaan zwerven. Dus moet je als je de chip niet direct kunt vinden over een groter gebied gaan zoeken.
Met een afleesapparaat, zoals hiernaast is afgebeeld, kan deze chip afgelezen worden. Elke chip heeft een eigen nummer. Na het chippen wordt dit nummer in een databank bijgeschreven (= registreren) waar iedereen inzage in heeft (telefonisch of via internet). Ook ons eigen computersysteem registreert de bij ons gechipte dieren. Als je huisdier een keertje mocht weglopen of een verkeersongeluk krijgt, en bij ons wordt gebracht is de eigenaar zeer snel op te sporen. Wanneer het dier in een asiel terecht komt, zullen ze ook daar direct kijken of  het dier gechipt is. Wanneer dit  het het geval is ben je snel opgespoord. In het chipnummer
zit ook een landencode verwerkt, zodat  we dus direct kunnen zien dat een dier uit Nederland of een ander land afkomstig is. Als je met je dieren over de grens reist moet je dus altijd ook je mobiele nummer opgeven aan de databank.

Ook, niet geheel onbelangrijk, is er na het chippen een duidelijk bewijs van eigendom.

Het is tegenwoordig verplicht als het huisdier (geldt voor de hond, kat en fret) de landsgrens passeert, dat er een chip aanwezig is. Het chipnummer dient ook in het europees gecertificeerde entboekje ingevuld te zijn. Tot mei 2012 geldt het ook als er een nog ouderwetse leesbare oortatoeage  aanwezig is.

De eigenaar van een ingeschreven dier is dus levenslang terugvindbaar. Bij verhuizingen moet je natuurlijk wel je adreswijziging aan de databank doorgeven.

Vroeger werden rashonden met een grote tang zonder verdoving in het oor getatoeëerd. Deze methode was heel pijnlijk en traumatiserend voor het jonge dier,  bovendien na verloop van tijd slecht afleesbaar. Tegenwoordig wordt ook bij rashonden een chip ter identificatie geïmplanteerd. Het chipnummer wordt ook op de stamboom vermeld.